Alfabetisering (taalniveau A0)

Doelgroep 

Het voortraject is bedoeld voor cursisten die niet doelmatig of onvoldoende hebben leren lezen en schrijven in hun eigen taal of anders-analfabeet zijn. Het gaat over het algemeen om cursisten die geen of nauwelijks onderwijs hebben gehad in hun land van herkomst. Dit taalniveau delen we in als startniveau A0.

Leerdoelen

Het leerdoel van het traject alfabetisering is om de basis van de Nederlandse taal aan te leren. De cursist krijgt een beeld van de Nederlandse samenleving en leert stapsgewijs op eigen niveau en tempo de Nederlandse taal lezen, schrijven, spreken en begrijpen. De cursist leert bv. de basisgrammatica en alle zesendertig klanken, zoals ui/oe/e/ee/b/d  etc. Verder   leert de cursist examenoefeningen op een doelmatige wijze te benaderen, een formulier invullen, eenvoudige gesprekken te voeren etc.

Het doel van het traject alfabetisering is om toe te werken naar het niveau A1, dat het vertrekpunt is van het (volgende) traject inburgering.
Dit traject is tevens een goede voorbereiding op de inburgeringstoets buitenland.

Methode

Voor het behalen van het inburgeringsexamen dient een cursist in beginsel de cursus Alfabetisering te volgen.
Door middel van het Latijnse alfabet wordt naast het spreken en luisteren de grondslag van het lezen en schrijven aangeleerd.
De methode die hiervoor wordt gebruikt is de zogenoemde ‘7/43’methode.

Cursisten kunnen pas lezen en schrijven op het moment dat zij een aantal woorden en begrippen mondeling kennen. Daarom richt de methode zich op het technische leren lezen en schrijven.

Het principe is dat aan de hand van zeven thema’s en 43 basiswoorden de lees- en schrijfvaardigheid wordt geoefend. De zeven thema’s zien er volgt uit: boodschappen doen en eten, kleding, lichaam, school en les, huis, keuken en reizen. Aan het eind van de cursus vind een eindtoets plaats.

Indien de cursus met succes is afgerond kan de cursist doorstromen naar de inburgeringscursus.

Duur traject

Het traject alfabetisering duurt gemiddeld gezien het langst (12-18 maanden), omdat bij een groot deel van de cursisten in de ze groep de vaardigheide en het leertempo laat zitten.

Algemeen: groepsgrootte, lesuren

Verder geldt voor alle trajecten dat de groepen klein (met maximaal 12 cursisten) en homogeen worden gehouden.
Verder krijgt de cursist drie dagdelen per week les, inclusief een halfuur pauze. Per week heeft een cursist negen lesuren.

Start met Taal © 2018 All rights reserved. Terms of use and Privacy Policy